Aardpeer 
uit 
eigen tuin Het allerlekkerste zijn natuurlijk de aardperen die nog een beetje smaken naar de klei in je eigen achtertuin! En om die te kunnen oogsten zijn groene vingers niet nodig; het is een grote stoere plant, met mooie gele bloemen, die zichzelf prima weet te redden in de verloren hoekjes van je tuin, of in grote bak op je balkon. 
Je kunt gewoon een paar goede aardperen uit de winkel in de grond stoppen. Dit doe je in de herfst of in het vroege voorjaar. Plant de knolletjes ongeveer een halve meter uit elkaar en graaf ze 10 cm diep in. Omdat de planten zo hoog worden (2 tot zelfs 3 meter)werden ze vroeger veel gebruikt als afscheiding van het boerenerf. Ook bieden ze beschutting tegen wind en slagregens aan wat kwetsbaardere planten.
In het najaar begint de plant zelf af te sterven, maar de wortels, de aardperen, zijn winterhard. Je kunt ze opgraven wanneer je wilt, tenminste, als de grond niet bevroren is. De wortels van de plant waaieren een beetje uit, dus zoek ook naar knolletjes wat verder van de stam. 
Als je de aardperen hebt geoogst, kun je de rest van de plant ter plekke gebruiken als compost. Hij verteerd tijdens de winter en geeft hele goed voedingsstoffen aan je grond. En dat vinden je slaplantjes in de zomer weer reuzefijn!

Thuis geen plek? Verstop er in het voorjaar een paar in het stadspark of het plantsoentje om de hoek. De hele buurt geniet
van die gekke grote planten en jij verrast ze in de herfst met een
zakje knollen. Kijk wel uit voor oom agent.. 
home